De regels op het water:
Ken jij de 9 belangrijkste? Zet ze eens op volgorde op papier en lees daarna pas verder. Ik ben benieuwd hoeveel je er goed hebt.
De regels staan niet voor niets op deze volorde. Regel 1 gaat voor regel 2 en zo verder.
Uitreksel vaarregels:
1. Goed zeemansschap is verplicht.
2. Stuurboordswal gaat voor (met uitzonderingen op Maas en Geldersche IJsel)
3. Stroom mee gaat voor bij een vernauwing
4. Klein wijkt voor groot
Klein onderling:
5. Nevenwater stuurboord wijkt voor hoofdwater stuurboord
6. Motor wijkt voor spier wijkt voor zeil
Zeilboten onderling:
7. Stuurboord wijkt voor bakboord
8. Loef wijkt voor lij
9. Oploper wijkt en oplopen aan loef
1. Goed zeemansschap moet:
Een schipper is verantwoordelijk voor de veilige vaart van zijn boot en de bemanning. Op het water heb je geen recht op voorrang, maar de plicht om voorrang te verlenen. Als iemand anders iets fout doet heb je de plicht om een aanvaring te voorkomen, zelfs als je van de regels af moet wijken. Bij een aanvaring op het water zijn er altijd minimaal twee schuldigen!
Als wedstrijdzeiler heb je geen extra rechten ten opzichte van andere watersporters. Je mag om voorrang vragen als je die niet hebt, maar niemand is verplicht je die te geven.
2. Stuurboordswal:
Iedereen die netjes stuurboordswal houdt (klein, groot, motor, spier of zeil) heeft voorrang. Houdt rekening met diepgang en mogelijke onbekendheid met het water. Bedenk ook dat een groot kruisend zeilschip intimiderend is voor bijvoorbeeld een klein bootje dat stuurboordwal houdt. Zij weten vaak niet hoe snel een zeilboot kan draaien en hoe ver ze naar rechts kunnen. Jaag ze niet de wal op, een buitenboordmotor is duur. Geef aan dat je een ander gezien hebt en laat vooraf zien wat je gaat doen. Goed zeemansschap geldt altijd en overal!
De uitzondering: Vragen om bakboordwal.
De Maas is een stromende rivier. Stroomopwaarts is het gunstig om steeds de binnenbocht te kiezen, want daar is de minste stroming. Stroomafwaarts neem je de buitenbocht, want daar is de meeste stroming. Hou er wel rekening mee dat de binnenbocht ondiep kan zijn.
Grote schepen hebben een blauw bord met een witte lamp aan het stuurhuis dat ze kunnen laten zien aan stuurboord. Als ze dat bord tonen willen ze bakboordwal volgen. Als klein schip ben je verplicht hieraan mee te werken. Je kunt er voor kiezen meer naar stuurboord te gaan varen als jouw diepgang kleiner is dan dat van het grote schip of je moet ook aan bakboordswal te gaan varen. Kijk dan eerst goed om je heen en vooral achter je of dat wel kan.
4. Klein wijkt voor groot:
Deze regel gaat vaak op. Een groot schip is langer dan 20 meter of een beroepsschip. Een beroepschip kleiner dan 20 meter bijvoorbeeld een kleine rondvaartboot toont een gele ruit. Hou rekening met windstilte en zuiging in de buurt van een groot schip. Er voor langs gaan of er dicht bij varen is vragen om problemen.
7. Stuurboord wijkt voor bakboord:
Als je je giek aan de stuurboordzijde (rechts) van het schip hebt staan, moet je de schepen die de giek aan bakboord (links) hebben staan voorrang geven. Prent het in je hoofd dat als je je zeil over stuurboord hebt staan, je vaak voorrang moet geven.
8. Loef wijkt voor lij:
Normaal geldt dit alleen bij kruisende koersen. Het ezelsbruggetje is dat wanneer je een zeilboot onder je giek door over dezelfde boeg ziet naderen, je voorrang moet geven. Dit geeft gelijk aan hoe gevaarlijk deze regel kan zijn. Vaak kun je niet makkelijk onder de giek doorkijken. Laat je bemanning meekijken!
9. Oploper wijkt en passeert aan de loefzijde:
Een zeilboot die een ander oploopt moet in principe wijken. De boot die opgelopen wordt moet ruimte bieden als dat noodzakelijk is. (Voor wedstrijdboten onderling tijdens de wedstrijd kan dat anders zijn.)
Als je een vergelijkbaar of groter schip voorbij gaat, kun je dat het beste aan loef doen. Anders kom je er vaak niet langs vanwege de vuile wind. Als het een veel kleiner schip betreft, kun je het ook aan lij doen. De regels hierboven blijven wel gelden. Een schipper kan er dus voor kiezen om stuurboordswal te blijven varen terwijl hij opgelopen wordt.
Deze regels komen uit het BPR (binnenvaart politie reglement) dat geldig is op onze meren en ons deel van de Maas. De andere regels zijn niet minder belangrijk, maar spreken voor zichzelf of zijn in de buurt van Thorn niet zo van belang.
Als je het niet weet, gebruik regel 1 en kies het zekere voor het onzekere en geef voorrang!
Bronnen: Opleiding Resque KNWV en cursusboek klein vaarbewijs ANWB.
Jan Dijkstra, Zeilclub Thorn, juni 2010.